Ruilen van grond loont

Vrijwillige kavelruil kan een handig instrument zijn om in te zetten bij projecten in het kader van Brood en Spelen. Ruilen van grond loont voor boeren, natuur en energie. Minimaal drie partijen doen mee, waarvan er twee grond ruilen.
‘Negen van de tien keer kom je bij een boer of particuliere eigenaar terecht. Of je nu een project start ter versterking van de natuur, de verbetering van waterberging, de energietransitie, recreatie of infrastructuur altijd is er een boer, als grondeigenaar, bij betrokken.’
Erwin van den Berg kan het weten. Hij is directeur van Stivas (Stichting ter Verbetering van de Agrarische Structuur) en begeleidt kavelruilen hoofdzakelijk in de provincie Noord-Holland. Begin dit jaar sloot hij een van de grootste kavelruilen af: meer dan 300 ha in de Wieringermeer.
Was versterking van de agrarische structuur altijd het belangrijkste doel van grondruil, de laatste 10 - 15 jaar worden projecten ‘een slagje breder’, zegt Van den Berg. ‘De boeren zelf worden duurzamer; zij willen koeien naar buiten op kavels aan huis, minder landbouwverkeer over de openbare weg (veiligheidsaspect), betere waterafvoer en bodemkwaliteit. En steeds meer partijen met andere doelen schuiven aan tafel aan. In de Wieringermeer hebben we grond vrijgeruild voor de Nuon (windmolenpark) in combinatie met verplaatsing van zweefvliegveld, voor de natuur en voor het waterschap (brede stroken grond voor realisatie van waterafvoer).

Is kavelruil een goed instrument voor projecten in het kader van de prijsvraag Brood en Spelen?
Ja, zegt Van den Berg, als je rekening houdt met onderstaande aspecten:

Bij een kavelruil zijn minimaal drie partijen betrokken, waarvan twee partijen daadwerkelijk ruilen.
‘Iedereen is gelijk. Uitgangspunt bij elke kavelruil is dat aan tafel iedereen gelijk is. Of je nu de overheid vertegenwoordigt (rijk, provincie, gemeente, Rijksvastgoedbedrijf, waterschap) of een grote speler in de energie (Nuon) of je bent een boer met grond in het gebied, het zijn gelijke partijen. Over de ruilvoorwaarden – lees geld – wordt niet onderhandeld. Ruilen gaat tegen een onafhankelijk vastgestelde taxatiewaarde.
Heel belangrijk is dat je de procesgang transparant houdt. Een kavelruil speelt zich niet af in het luchtledige. Boeren kunnen met de provincie in de clinch liggen over vergunningen, of met het Rijksvastgoedbedrijf over pachtcontracten. Terwijl provincie en/of RVB ook aan de kavelruil deelnemen als grondeigenaar. Met tactiek, diplomatie en stugge volharding soms, houdt de bemiddelaar iedereen ‘bij de les’ en zoekt naar inventieve oplossingen. Maar dat kan alleen als alle partijen volop meedoen. Met de armen over elkaar achter over leunen of erger rigide gedrag vertonen, belemmert.
Grondruilen zijn vooral succesvol als de partijen oog hebben voor elkaars belangen en overwegingen, ook op lange termijn. Een windmolen op een heuvel aan de rand van de Veluwe levert weliswaar meer op dan tien kleinere op lager gelegen land, maar een landgoedeigenaar die er alles aan doet om de natuur- en landschapswaarde van zijn terrein te vergroten zal niet genegen zijn grond voor zo’n molen af te staan door verhuur of verkoop.
Wees niet naïef. Als je als burgerinitiatief een project start moet je weten of je met solide en betrouwbare partijen in zee gaat. Natuur kan een doekje voor het bloeden zijn, waar het een projectontwikkelaar of grondspeculant vooral gaat om opbrengsten van windmolens en zonneakkers in het gebied. Geldstromen zijn net als intenties niet altijd zuiver. Vooral bij samenwerking in een stichting verdient het aanbeveling transparant te zijn over de financiering van het project. Een onafhankelijk deskundig bestuur is van groot belang om bijvoorbeeld ondermijning tegen te gaan. Follow the money: want het is zeer ingewikkeld crimineel geld tegen houden. Eigenlijk kan alleen een burgemeester dat.
Voor kavelruil gelden fiscale voordelen voor ondernemers, zoals vrijstelling overdrachtsbelasting. Er is ook Europees geld beschikbaar via de POP3 regeling voor o.a. kadaster- en notariskosten en investeringen in bereikbaarheid en bewerkbaarheid, maar dit zijn langdurige en ingewikkelde aanvragen. Voor kleine lokaalgerichte projecten, zegt Van den Berg, ook niet echt nodig. Als een initiatief kansrijk is, zou er bij gemeenten en provincies draagvlak moeten zijn om een kavelruilcoördinator te betalen, om kadaster- en notariskosten en taxatiekosten te financieren.